Waar gaat dit over?
Met de instellingen onder Geavanceerde instellingen → Tijdvakken bepaal je wat de planning doet als een rit vertraging oploopt. Je kiest of de dag mag uitlopen, of tijdvakken korter worden of vervallen, en of de ruimte tussen tijdvakken als buffer mag dienen.
Alles begint bij het vinkje Tijdvak vertragingen inschakelen. Staat dit uit, dan worden de instellingen hieronder niet gebruikt.
In dit artikel gebruiken we steeds hetzelfde voorbeeld: een chauffeur met drie tijdvakken en een pauze (ruimte) ertussen.
Tijdvak | Tijd | Lengte |
Tijdvak 1 | 08:00 – 10:00 | 120 min |
Ruimte | 10:00 – 10:30 | 30 min |
Tijdvak 2 | 10:30 – 11:35 | 65 min |
Ruimte | 11:35 – 12:00 | 25 min |
Tijdvak 3 | 12:00 – 14:00 | 120 min |
Bij vertraging
Deze instellingen bepalen waar verloren tijd terechtkomt: aan het eind van de dag, in de volgende tijdvakken, of doordat een tijdvak vervalt.
Mag de dag uitlopen bij een vertraging?
Dit gaat over de tijd na het laatste tijdvak. Mag de dag uitlopen, dan schuift de vertraging door naar het eind van de dag in plaats van dat tijdvakken korter worden. De instelling geldt voor iedereen en de uitloop wordt alleen verdeeld over de tijdvakken die aanstaan.
Maximale verlenging
Kies je bij de vorige vraag Tot een limiet, dan vul je hier in hoeveel minuten de dag maximaal mag uitlopen. Met 60 min mag de dag van ons voorbeeld uitlopen tot uiterlijk 15:00. Vertraging boven die limiet moet op een andere manier worden opgevangen.
Liever iets langer doorwerken dan tijdvakken verkorten
Dit doet wat er staat. Staat het aan, dan kiest de planning eerst voor (binnen de limiet) langer doorwerken. Pas als dat niet meer kan, worden tijdvakken korter. Dit heeft ook invloed op of een tijdvak vervalt (zie Minimale tijdvaklengte).
Verloren tijd verdelen over tijdvakken
Als tijdvakken toch korter moeten worden, kies je hoe de verloren tijd wordt verdeeld:
Over alle volgende tijdvakken: de vertraging wordt gelijkmatig verdeeld. Loopt tijdvak 1, 60 min uit, dan worden tijdvak 2 en 3 elk 30 min korter.
Op het volgende tijdvak: de hele vertraging gaat van het eerstvolgende tijdvak af. Tijdvak 2 wordt dan 60 min korter, tijdvak 3 blijft gelijk.
Minimale tijdvaklengte
Dit is de kortste lengte die een tijdvak mag hebben om nog zinvol te zijn. Wordt een tijdvak korter dan dit aantal minuten, dan vervalt het (wordt het geannuleerd).
Voorbeeld: tijdvak 1 loopt 60 min uit en de tijd gaat van het volgende tijdvak af. Tijdvak 2 duurde 65 min, dus er blijft 5 min over. Met een minimale tijdvaklengte van 10 min vervalt tijdvak 2, want 5 min is te kort om nog iets in te plannen.
Of een tijdvak vervalt, hangt ook af van de andere keuzes. Met Liever iets langer doorwerken aan en ruimte in de maximale verlenging, wordt tijdvak 2 minder ingekort en blijft het misschien wel bestaan.
Ruimte tussen tijdvakken
De ruimte tussen twee tijdvakken kan als buffer dienen: bij vertraging wordt die ruimte korter, zodat het volgende tijdvak niet hoeft te krimpen.
Ruimte tussen tijdvakken inkorten bij vertraging
Zet dit aan om de ruimte tussen tijdvakken te mogen gebruiken om vertraging op te vangen. De opties hieronder bepalen wanneer en hoe dat gebeurt.
Wanneer mag de ruimte tussen tijdvakken worden ingekort?
Stel: tijdvak 1 loopt 30 min uit en de dag mag niet uitlopen.
Eerst, vóór het verkorten van tijdvakken: de ruimte wordt als eerste ingekort. De pauze van 10:00 – 10:30 verdwijnt, en tijdvak 2 houdt zijn volledige 65 min.
Gebalanceerd: de vertraging wordt verdeeld. Een deel gaat van de ruimte af en een deel van het volgende tijdvak, bijvoorbeeld 15 min van de pauze en 15 min van tijdvak 2.
Laatst, pas vóór het vervallen: de ruimte is het laatste redmiddel. Eerst worden tijdvakken korter; pas als een tijdvak anders zou vervallen, wordt de ruimte ingekort.
Inkorten verdelen over de ruimtes
Als er ruimte wordt ingekort, kies je welke ruimtes dat zijn:
Uit de volgende ruimte: alleen de eerstvolgende ruimte wordt korter.
Over alle volgende ruimtes: de vertraging wordt verdeeld. In ons voorbeeld zijn er na tijdvak 1 twee ruimtes, dus 30 min vertraging wordt 15 min per ruimte. Bij drie ruimtes zou het 10 min per ruimte zijn.
Minimale ruimte tussen tijdvakken
Dit is de tijd die je echt nodig hebt tussen twee tijdvakken, bijvoorbeeld om de bus opnieuw te laden. Korter dan dit wordt de ruimte nooit ingekort. Met een minimale ruimte van 15 min kan de pauze van 30 min dus maximaal 15 min als buffer dienen.
Overzicht en tips
Belangrijk: na elke wijziging moet je de planning opnieuw berekenen. Pas dan worden de nieuwe instellingen toegepast.
Instelling | Wat het doet |
Tijdvak vertragingen inschakelen | Hoofdschakelaar; zonder dit vinkje doen de andere instellingen niets |
Mag de dag uitlopen | Of vertraging na het laatste tijdvak mag doorschuiven |
Maximale verlenging (min) | Hoe ver de dag maximaal mag uitlopen |
Liever langer doorwerken | Eerst uitlopen, pas daarna tijdvakken verkorten |
Verloren tijd verdelen | Alles uit het volgende tijdvak, of gelijk over alle volgende |
Minimale tijdvaklengte (min) | Korter dan dit? Dan vervalt het tijdvak |
Ruimte inkorten bij vertraging | Ruimte tussen tijdvakken als buffer gebruiken |
Wanneer ruimte inkorten | Eerst, gebalanceerd, of als laatste redmiddel |
Inkorten verdelen over ruimtes | Alleen de volgende ruimte, of verdeeld over alle volgende |
Minimale ruimte (min) | Tijd die altijd blijft, bijv. om te laden |
Tips:
Wil je zo min mogelijk vervallen tijdvakken? Zet Liever langer doorwerken aan, kies ruimte inkorten Eerst en verdeel over alle volgende tijdvakken.
Vul altijd een Minimale ruimte in als laden tussen tijdvakken nodig is. Een leeg veld kan betekenen dat de ruimte helemaal verdwijnt.
